Welke opdrachten heeft de ombudsman
De opdracht van de ombudsman wordt omschreven in een reglement dat in 1996 door de Brugse gemeenteraad werd goedgekeurd.
Artikel 1 bepaalt dat het “zijn taak is om te bemiddelen bij onbehoorlijk optreden van diensten van de stad en het OCMW en andere instanties (…)”. Er staat ook nog dat de ombudsman deze taak uitoefent “onafhankelijk van elk gemeentelijk gezag”.
De ombudsman krijgt een ruime bevoegdheid om klachten te behandelen, zowel van privé- als van rechtspersonen. De klachten moeten wel gaan over de diensten van de stad, het OCMW, de lokale politie, intercommunales, concessiehouders en privé-personen aan wie een stedelijke dienstverlening is toevertrouwd.
Het reglement schrijft in grote lijnen de werkwijze voor die de ombudsman hanteert. Voor de burger is de procedure eenvoudig. De ombudsdienst heeft wel een ‘tweedelijnsfunctie’. Dat betekent dat u in principe eerst bij de dienst zelf probeert informatie of genoegdoening te krijgen.
De ombudsman kan geen beslissingen opleggen of schorsen. Hij verstrekt wel aanbevelingen voor een betere dienstverlening. Het bestuur moet beslissen of ze die al dan niet wil realiseren. Daarover leest u meer in de jaarverslagen.

