Hybride bus De Lijn
Eerst hybride bus De Lijn voorgesteld in Brugge
Op 27 april 2009 werd het eerste prototype van de hybride bus voor Brugge, in aanwezigheid van Vlaams Minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt en Burgemeester Patrick Moenaert, officieel voorgesteld. In het najaar van 2010 werden 4 extra hybride bussen in gebruik genomen.

De dieselelektrische hybride bus wordt aangedreven door elektromotoren. Die halen hun vermogen uit twee krachtbronnen: enerzijds een dieselmotor, anderzijds de zogenaamde ultracaps. Die laatste werken zoals een herlaadbare batterij: ze slaan de energie op die vrijkomt bij het afremmen van de bus, en geven deze energie af bij het vertrek of wanneer de bus extra energie nodig heeft.

Door deze aanpak is een hybride bus opvallend stiller (tot 30 %), bijvoorbeeld bij het vertrek aan een halte. Daarnaast verbruikt de bus – afhankelijk van het traject, de verkeersintensiteit en de rijstijl van de chauffeur – tot 25 % minder dan een gewone dieselbus. Daardoor stoot hij minder schadelijke stoffen uit als NOx (stikstofoxide, veroorzaakt zure regen) en C02 ( koolstofdioxide, veroorzaakt het broeikaseffect).
De perstekst van minister Kathleen Van Brempt kunt u hier downloaden.
De perstekst van Burgemeester Patrick Moenaert kunt u hier downloaden.
Meer info:
Wat is een hybride aandrijving:
Hybride aandrijvingen zijn relatief nieuw. Deze algemene term geeft aan dat de aandrijving gebruik maakt van verschillende energiebronnen.
Een dieselmotor die voldoet aan de hoogste EEV (Environmentally Enhanced Vehicle) emissienormen, produceert d.m.v. een generator de benodigde elektrische energie om de tractiemotoren aan te drijven.
Daarnaast zorgen ultracaps, al dan niet in combinatie met tractiebatterijen, voor een tweede bron van elektrische energie. De remenergie kan snel opgenomen worden en nadien opnieuw ten volle voor de tractie ter beschikking gesteld worden. Dankzij de recuperatie van remenergie wordt niet alleen op brandstof bespaard, maar kunnen de hybride bussen bij vertrek aan de halte zuiver elektrisch vertrekken, terwijl de dieselmotor op traagloop enkel nog zorgt voor de mechanche aandrijving van de nevenaggregaten, zoals: servopomp, luchtcompressor en 24 volt alternatoren. De werking van de dieselmotor is dermate geoptimaliseerd dat hij enerzijds het vormogen levert dat nodig is voor de aandrijving en anderzijds zo lang mogelijk in de meest economische zone blijft draaien. Om redenen van geluidsoptimalisatie wordt het toerental van de dieselmotor zo laag en constant mogelijk gehouden. Doordat de tractie, zoals eerder aangehaald, zelf altijd elektrisch verloopt, spreekt men van een zogenaamde Serie Hybride aandrijving.
Brandstofbesparking en gelijktijdige CO2-uitstoot reductie staan hierbij centraal, terwijl partikels en NOx aan de hoogste Europese uitlaatnormen blijven voldoen. Het lawaai bij vertrek is, dankzij de zuiver elektrische tractie, aanzienelijk verminderd, in die mate dat zelfs rijgeluiden het dieselmotorgeluid bij traagloop overstijgen.
Niet alleen het milieu en de reizigers hebben er baat bij, maar ook de uitbater zelf, dankzij de besparing op de immer stijgende brandstoffactuur.

