Vogelrichtlijngebieden
Natuur kent geen grenzen. Dat geldt bij uitstek voor vogels, die broed- en overwinteringsgebieden hebben die soms duizenden kilometers uiteenliggen. De bescherming van deze soorten wordt dan ook op internationaal vlak geregeld, onder meer met de Europese Vogelrichtlijn, die in 1979 werd uitgevaardigd.
In uitvoering van deze Europese wetgeving werden in Vlaanderen 23 vogelrichtlijngebieden aangeduid. Eén daarvan is het zogenaamde “Poldercomplex”, dat een belangrijk deel van het Brugs poldergebied bestrijkt. Zo valt praktisch het gehele poldergebied van Dudzele en Koolkerke binnen deze beschermingszone, alsook de wijde omgeving van de Meetkerkse Moere en de duinen en de Oudemaarspolder in Zeebrugge.
Klik hier voor een kaart van de Vlaamse Vogelrichtlijngebieden.
Het “poldercomplex” nabij Brugge is van internationaal belang voor Kolganzen, Kleine Rietganzen en talrijke steltlopers, zoals grutto en tureluur. In dit gebied genieten duinmoerassen, oude kleiputten, moerasbosjes, dijken, waterlopen en hun oevers en vooral ook oude laaggelegen poldergraslanden een bijzondere bescherming.
Eén van deze beschermingsmaatregelen is de vergunningsplicht op het wijzigen van de vegetatie.
De Vogelrichtlijngebieden maken samen met de Habitatrichtlijngebieden deel uit van het Europees ecologisch netwerk dat de naam ‘Natura 2000’ meekreeg.



