Parken en natuurgebieden
Parken in de binnenstad
Tot in de 19de eeuw bevatte Brugge opmerkelijk veel groene ruimte. De benutting ervan was veelzijdig en evolueerde met de tijd mee: moestuinen, kloostertuinen, raamlanden, blekerijweiden, schuttershoven, hofbouwgronden. Rond het begin van de 20ste eeuw werd heel wat van die stedelijke open ruimte volgebouwd. De stad wist verschillende van de open ruimten te verwerven, als park in te richten, en voor de bevolking open te stellen.
Vestingen
Een wandeling op de vestingsgordel roept het hele verhaal van Brugges
geschiedenis op.
Elk fragment van de vesting bevat puzzelstukken uit
het bewogen verleden van de stad: wallen en grachten, stadspoorten, molens en
moten, resten van bastions, stukken vestingsmuur en andere merkwaardige
bouwwerkzaamheden.
Parken in de rand
In de tweede helft van de 20ste eeuw groeiden de randgemeenten in de breedte uit en begonnen met elkaar te versmelten. In dit verstedelijkingsproces konden verschillende waardevolle groenzones dankzij verwerving door de stad, van verkaveling of versnippering gevrijwaard worden.
Grote domeinen
De oostelijke en zuidelijke rand van Brugge is rijk aan bos. Enerzijds betreft het Male-Rijkevelde, anderzijds de bossen van Sint-Andries en Sint-Michiels. De meeste van deze bossen horen bij kasteeldomeinen, vaak daterend van de 19de eeuw. Verschillende van deze domeinen werden de jongste decennia door de overheid (stad, provincie, gewest) aangekocht en opengesteld voor zachte recreatie.
In Assebroek, langsheen de Gemene Weidebeek, stelde de Stad ook een 40 ha groot natuurgebied open voor de wandelaar.

