Dumerybeiaard
DE BEIAARDRESTAURATIE VAN 2010
De beroemde Dumery beiaard van Brugge telde altijd al 47 klokken. Daarvan werden de 15 kleinste vervangen in 1939 door klokjes van Marcel Michiels. In 1969 werden nog eens zes Dumery klokjes uit de beiaard gehaald en samen met de Michiels klokjes vervangen door Horacantus Eijsbouts. De Brugse beiaard telt vandaag dus nog 26 authentieke Dumeryklokken die, na de torenbrand van 1741, gegoten zijn tussen 1742 en 1748.
Waar de kleine Dumeryklokjes terecht gekomen zijn is een raadsel: één klokje hangt in het beiaardmuseum in Asten (Nederland), vermoedelijk wordt er ook ééntje bewaard in het beiaardmuseum te Mechelen; twee staan er opgesteld in het Belfortmuseum en twee staan er in de reserves van het Gruuthusemuseum. De andere zijn wellicht in een privécollectie verdwenen…
Het grootste gedeelte van de beiaardinstallatie hangt samen met de klokken in het open gedeelte van de toren: regen, wind, zoute lucht van de zeewind en vorst tasten alles aan. Ondanks regelmatige onderhoudsbeurten is een zeker verval niet tegen te houden. Doorroeste hamers en ijzeren onderdelen waren al naar beneden gevallen waardoor de veiligheid van bezoekers niet meer gegarandeerd kon worden. Bovendien klonk de beiaard door corrosie en sleet niet meer optimaal.
Daarom besloot de Stad de beiaard grondig te herstellen met maximaal behoud van de historisch waardevolle onderdelen.
De oorspronkelijke houten klokkenstoel werd, waar nodig, hersteld; de klokken werden gereinigd en de corrosie op de klokken werd verwijderd. Alle verroeste onderdelen werden hersteld, vervangen en beschermd tegen verdere roestvorming. Ook het speelklavier (1987) werd volledig vernieuwd en het uurwerk en de speeltrommel werden grondig gereinigd.
Belangrijk was natuurlijk de vervanging van de 21 niet historische klokken. De te vervangen klokjes werden gedemonteerd en wachten nu in de reserves van Musea Brugge op een andere bestemming.
Aan het gieten van de nieuwe klokken ging heel wat onderzoek vooraf. Van alle klokken werden klankanalyses gemaakt vóór en na reiniging. Het verschil in uitklinktijd was door deze ingreep al indrukwekkend. Bij metingen op klok 25 bijvoorbeeld klonk deze klok voordien 4 seconden uit; nu 12 seconden. Uit analyse bleek dat de corrosie vooral zwavelhoudend was. Deze vervuiling (door centrale verwarming op steenkool) is de laatste jaren aanzienlijk minder geworden waardoor de gereinigde klokken in de toekomst minder snel zullen corroderen en de stemming van de klokken minder snel zal aangetast worden.
De klank- en metaalanalyse van de Dumeryklokken bracht ook aan het licht dat deze gieter een andere metaalsamenstelling hanteerde dan de gebruikelijke bronzen mix van koper, tin en lood. Dumery gebruikte 4% lood; wat het dubbele is van de normale samenstelling. Hierdoor klinken deze klokken weliswaar warmer maar iets minder lang. Deze metaalsamenstelling en het gehanteerde 18de eeuwse stemmingspatroon maakt de klank van de Brugse klokken zo specifiek. Bij een aantal van de Dumeryklokken werden lichte stemcorrecties doorgevoerd om het door Dumery betrachte stemmingspatroon nog beter te kunnen benaderen: dat was immers bij een aantal klokken niet altijd even goed gelukt.
Met al deze gegevens kon de gieter (Kon. Eijsbouts, Asten, Nederland) een nieuwe reeks klokken gieten die nu perfect aansluit bij de historische Dumeryklokken. Een verbetering dus die, dankzij de gevorderde kennis en technologie vandaag wel mogelijk is maar het nog niet was in 1969.
Uiteraard werd ook de nodige zorg besteed aan de versieringen van de klokken (copies van de versieringen op de Brugse Dumeryklokken) en aan de opschriften. Hiervoor organiseerde de Stad een bevraging bij de bevolking waarna een selectie van teksten werd gemaakt (zie bijlage).
Tenslotte werden ook testen uitgevoerd met de klepels. Het resultaat hiervan is dat de nieuwe klepels nu tot driemaal zwaarder zijn dan vroeger. Met een veel warmere grondtoon als resultaat. De boventonen worden afgehouden ten voordele van deze grondtoon en de harde metalen slagklank is verdwenen.
Ook het klavier werd vervangen. Het vorige klavier (1987, geschonken door het Brugs Comité voor Initiatief) was “tot op de draad” versleten; letterlijk èn figuurlijk. Ook nu werd gekozen voor een klavier volgens de Noord-Europese standaard waardoor het klavier voor de meeste beiaardiers een vertrouwd gegeven zal blijven.
Alle werken werden uitgevoerd door Clock-o-Matic n.v. uit Holsbeek.
Sinds de inspeling op 12 juni 2010 klinkt de Brugse beiaard opnieuw met de warmte en indrukwekkende klank eigen aan de Dumery klokken: een klank die we echt niet meer kenden. Ook de gigantische speeltrommel (wereldwijd de grootste historische nog werkende speeltrommel) draait elk uur opnieuw zijn muziekjes.
Vele beiaardiers bespeelden sinds de inspeling de herstelde beiaard. Eén van hen schreef in het gastenboek: “… een instrument dat vanaf nu echt meetelt in het wereldwijde beiaardpatrimonium; van de onderste regionen in één klap doorgestoten naar de historische topbeiaarden!”
KRONIEK VAN DE BEIAARD
1280 15 augustus: torenbrand. Minstens 3 klokken bleven in de brand: de Campana Nuptiarium of bruud clocke, de Scepenen Scelle of aldermans belle en de Magna Campana of Triumphclocke.
1421 stadsrekeningen vermelden "schellen" bij het uurwerk
1493 25 augustus: torenbrand na blikseminslag; Jonas van Wechele plaatst een voorlopig uurwerk op de zolder van de oude halle
1503 Simoen Waghenelis (Wagevens?, Mechelen) giet een nieuwe uurklok en appeelen
1525 dezelfde gieter hergiet de (gebarsten) uurklok
1528 Jacob Wagevens (Mechelen) giet 11 "schellen" voor de voorslag
1533 Adriaan van der Sluus wordt uitdrukkelijk genoemd als beiaardier. Misschien was Vander Jonas zijn voorganger.
1536 Herman Loots (Brugge) voegt drie klokken toe
1603 Marc Le Serre (Bergues) giet 20 klokken. Er wordt een nieuw automatisch spel geplaatst
1631 uitbreiding van de beiaard met 6 klokjes
1672 contacten met Pieter Hemony (Amsterdam). Het komt niet tot een opdracht omdat Hemony niet aanvaardt de beiaard te Brugge te gieten. Ook Jean Lefevre (Antwerpen) grijpt naast de bestelling
1675 27 augustus : de speeltrommel is gebroken. Melchior de Haze (Antwerpen) krijgt de opdracht om een beiaard van 35 klokken te gieten
1678 de nieuwe beiaard wordt gekeurd; ondermeer door Pater P. Wyckaert. De eerste geut van de speeltrommel mislukt, de tweede wordt geweigerd omdat de mantel te fijn was, de derde geut wordt te Brugge afgekeurd. Uiteindelijk krijgt Gilles Moerman nu de opdracht tot het gieten van de speeltrommel. Het lukt hem pas bij een tweede poging. Pater P. Wyckaert wordt opnieuw gevraagd om de speeltrommel in te richten
1680 Melchior de Haze levert vier extra klokjes
1741 30 april: torenbrand na blikseminslag. De beiaard van 40 klokken, de H.- Bloedklok en het uurwerk zijn vernield. Georges Dumery giet een nieuwe H.-Bloedklok en enkele klokken. Maar de klokken worden niet aanvaard (gebruik van door de brand verontreinigde klokkenspijs is de oorzaak).
1743 Dumery giet een nieuwe H.-Bloedklok en levert 38 beiaardklokken
1744 Jan en Antoon de Hondt krijgen de opdracht tot het maken van een nieuw uurwerk en speeltrommel
1748 de nieuwe installatie wordt gekeurd door Joannes de Gruijtters (Antwerpen), J.J. Colfs (Mechelen), P. J. Le Blan (Gent) en Schepers (Aalst)
1913 nieuw klavier met advies van Jef Denyn
1939 Marcel Michiels hergiet 15 klokjes (die in het oorspronkelijk keuringsverslag al bedenkelijk werden genoemd)
1949 nieuw klavier met advies van Eugeen Uten. De verbindingen worden vernieuwd
1967 grondige restauratie met advies van Eugeen Uten door Eijsbouts: 21 klokken (waaronder de Michielsklokjes) worden hergoten
1977 grondige herstellingen door Clock-O-Matic
1987 Het Komitee voor Initiatief schenkt een nieuw klavier, volgens de Europese standaard
2010 Restauratie door Clock-O-Matic en vervanging van de 21 kleinste klokjes
opschriften van de nieuwe klokken van de Brugse beiaard (2010)
Klok Tekst
27 P. Moenaert, Burgemeester - Y. Roose, M. Van Volcem, B. Laloo, J.-P. Vanden Berghe, L. Mus, J.-M. Bogaert, A. Lambrecht, B. De Cuyper, H. Decleer, F. Vandevoorde, Schepenen - J. Coens, Stadssecretaris
28 A., J., en H. Leemans, H. Fromont, D. Berger, L. Hubené, R. Berragan, E. Dupan, A. Nauwelaerts, E. Uten, A. Lombaert, F. Deleu - Stadsbeiaardiers 1737 - 2010
29 Ode aan 500 jaar beiaard
30 Ode aan Brugge, Unesco Werelderfgoedstad
31 Ode aan het Begijnhof
32 Ode aan de reien en bruggen
33 Ode aan de torens van Sint-Salvator, O.-L.-Vrouw en het Belfort
34 Ode aan processies van Heilig Bloed en Blindekens
35 Ode aan de Praalstoet van de Gouden Boom
36 Ode aan de Markt van Brugge
37 Ode aan het Brugse kant
38 Ode aan de molens en de Brugse vesten
39 Ode aan de Brugse Musea en cultuur
40 Ode aan het Concertgebouw en de muziek
41 Ode aan Brugge groene fietsstad
42 Ode aan sportstad en zorgende stad Brugge
43 Ode aan de haven van Zeebrugge
44 Ode aan Guido Gezelle en de poëzie
45 Ode aan Brugge, gastronomische topper
46 Ode aan het Brugs patrimonium
47 Ode aan de Vlaamse primitieven
Alle klokken dragen bovenaan de tekst:
EIJSBOUTS ASTENSIS ME FECIT ANNO MMX PRIORIS AD INSTAR’ (Eijsbouts uit Asten heeft mij gemaakt in 2010 naar het voorbeeld van mijn voorganger). Klok 28 is bovendien versierd met de gekroonde Brugse “b”.




