Aanwinsten
De meest recente aanwinst staat op de Nieuwspagina
Brieven en documenten van Olivier de Wree of Olivarius Vredius (1596 – 1652), Brugse historicus, letterkundige, aristocraat en lid van het stadsbestuur
De Wree was in het 17de-eeuwse Brugge de voornaamste intellectueel. Zijn relatiekring was zowel in de culturele en wetenschappelijke wereld als in het politieke en juridische milieu te situeren en reikte tot in Brussel. Zijn voornaamste werken, de Sigilla Comitum Flandriae en de Historiae Comitum Flandriae libri prodromi duo, uit 1639 en 1650 zijn pareltjes van Brugse drukkunst. Opmerkelijk is vooral dat De Wree zijn historisch werk baseerde op gedegen archiefonderzoek in heel Vlaanderen. Hij wordt dan ook beschouwd als één van de belangrijkste historici van ons land in de 17de eeuw, toen de geschiedschrijving zich begon te ontwikkelen tot een kritisch-wetenschappelijke discipline in plaats van een literair genre. Het Stadsarchief van Brugge bezit van oudsher enkele van zijn werken, maar vooral twee lijvige portefeuilles met zijn persoonlijk archief, vermengd met familiepapieren (reeks 530 van het Oud Archief: Familiearchief, pf. De Wree). Dit bestand is thans aangevuld met 29 stukken van zijn hand, waaronder verschillende zeer belangrijke autografe brieven in verband met zijn historisch werk en zijn politieke activiteiten. Een aantal stukken is dan nog voorzien van een korte Franstalige analyse van de hand van een nog niet geïdentificeerde moderne onderzoeker. De stukken zijn gedateerd van 1629 tot 1643 en verdienen zeker verder onderzoek. De documenten zijn door het Stadsarchief aangekocht op de veiling van de firma Henri Godts in Brussel, op 14 januari 2009.
Kaartmateriaal kasteel Daverloo
Recent kocht het Stadsarchief in het antiquariaat van Lieven Moenaert een set van vier getekende en ingekleurde kaarten of plattegronden van het domein van het kasteel Daverloo (d’Averloo of Haverloo) in Assebroek. Het domein Daverloo omvatte een casteelkine of kasteeltje met park en een hoeve waarvan de oudste vermelding teruggaat tot de 12de eeuw. Het kasteel dat in de 19de eeuw herbouwd was, verdween eind de jaren 1980 onder de slopershamer. Op deze plaats bevindt zich nu nog het Koning Albertpark. De oude hoeve, Daverlostraat nr. 134, doet dienst als conciërgewoning van het uitgestrekte sportcomplex Daverlo, eigendom van de stad Brugge. De vier kaarten vormen voor de 18de en 19de eeuw telkens een momentopname in de evolutie van het kasteeldomein. We worden ook geïnformeerd over de omliggende percelen en hun eigenaars (zoals van bv. de twee herbergen De Lelie en Haverloo). Het leert ons ook dat vóór 1795 een klein stukje, nl. de westelijke hoek van het domein, deel uitmaakte van de Paallanden van de stad, terwijl de rest behoorde tot de heerlijkheid Sijsele. De data van deze kaarten en opeenvolgende eigenaars zijn: 1748 Jean Baptiste Coppence, heer van Wintsvelde; 1845 en 1857 notaris Joannes Claerhoudt en zonder datum (na 1860) Célestin Verstraete.
Documentatie Renaat Bosschaert
Afgelopen zomer kon onze documentaire verzameling aangevuld worden met een interessante schenking. Uit de nalatenschap van graficus en kunstschilder Renaat Bosschaert (1938 – 2006) werden door de familie o.m. de documentatiemappen die hij jarenlang over Brugge had aangelegd, aan het Stadsbestuur aangeboden.
Het betreft in essentie krantenknipsels, folders, reclamedrukwerk, e.d. over Brugse onderwerpen, per parochie alfabetisch op straatnaam geklasseerd, en over Brugse prominenten (“Bekende Bruggelingen”), alfabetisch geordend, alles in plastic-mapjes in ordners (‘classeurs’). De verzameling beslaat zo’n vijf lopende meter en bestrijkt het grootste deel van de 20ste eeuw, aangevuld tot in 2006.
Van deze “Schenking Renaat Bosschaert” is een inventaris opgemaakt die in de leeszaal ter beschikking zal zijn.
Het archief van de Gemene en Loweiden
Recent werd in het Stadsarchief van Brugge het archief van de Gemene en Loweiden uit Assebroek en Oedelem in bewaring gegeven. In het kader van de doctoraatsstudie van Tine De Moor werd het archief geïnventariseerd, bestudeerd en reeds deels gepubliceerd. Hoewel de omvang van het archief vrij beperkt is (ongeveer 2 meter), is het van onschatbare waarde voor de studie van de gemene gronden in Vlaanderen, en bij uitbreiding zelfs ook de rest van Europa. Gemene gronden zijn gronden die gemeenschappelijk gebruikt en beheerd werden: op basis van een aantal voorwaarden werd het een groep personen door de lokale heer toegestaan om vrijwel autonoom in groep te beschikken over het gebruik van een stuk land.
Het archief dat binnenkort in het Stadsarchief kan geconsulteerd worden, bevat een aantal belangrijke stukken. Het oudste stuk in het archief en meteen ook de oudst bewaarde keure van de Gemene en Loweiden dateert uit 1514 en werd opgemaakt "by den hoofdmannen ende by den ghedeputeerden amborchtighen van der ghemeene weede van Assebroucke". Het is een afschrift van een reglement opgemaakt in 1475. De oorsprong –in de vorm van de eerste mondelinge overeenkomst- ligt vrijwel zeker nog vóór 1327, aangezien vóór dat tijdstip al verwijzingen te vinden zijn naar de "parochie van Orsebrouc in die ghemeene weede". Een aantal bronnen zijn –althans voor bepaalde periodes- vrij volledig bewaard. Zo bevat het archief ondermeer de hoofdboeken van 1525 tot 1981, wat ons toelaat om de namen van de gebruiksgerechtigden, de zogenaamde "aanborgers", en vaak ook hun verwanten- voor ruim 450 jaar te reconstrueren.
Archief van de brouwerij 't Hamerken
Het bedrijfsarchief dat onlangs in bewaring werd gegeven aan het Stadsarchief bestrijkt enkel de periode van brouwerij ’t Hamerken, 1872-1982. In totaal omvat het zowat 50 strekkende meter archief, dat voornamelijk bestaat uit boekhoudkundige archiefbescheiden zoals facturen en rekeningboeken. Tussen de vele facturen bevinden zich heel wat mooie briefhoofden. Verkoopsakten, verbouwingsplannen en aankoopdossiers van machines bieden ons een uitstekend beeld op het onroerend patrimonium en de opeenvolgende technische verbeteringen van deze brouwerij. Dit archief bevat ook een schat aan informatie over het herbergleven in de 20ste eeuw. Heel wat cafés waren namelijk eigendom van de brouwerij of hadden een exclusiviteitcontract. Ten slotte leveren het vele reclamedrukwerk en twee dozen met foto’s nog aardig wat documentatiemateriaal op.

