Brugge en de reformatie (1) - Joris Cassander (1513-1566)

16
Mar
2017

Met deze erfgoedblog haken we in op het  Lutherjaar (1517-2017). Dit gebeurt door vier berichten, verspreid over het jaar, waarin Brugge en de reformatie aan bod komen. In elk bericht staat bovendien een recente aanwinst van de erfgoedcollecties centraal. Joris Cassander (1513-1566) uit Pittem bijt de spits af. Wellicht zou hij dat zelf niet zo aangenaam hebben gevonden. Cassander was niet de man die graag op de eerste rij stond. Trouwens, zijn zwakke gezondheid verhinderde hem steeds opnieuw om publiek op te treden, hoe druk hij daartoe ook werd gesolliciteerd.

tabulae praeceptionumVorig jaar, 2016, verwierven we een mooi drukje met een tweede editie van Joris Cassanders Tabulae praeceptionum dialecticarum (HF 764). Deze Tabulae vormt een Latijns handboekje voor dialectica of redeneerkunst, over het logisch redeneren, didactisch opgebouwd, met vragen en antwoorden. Dialectica vormt samen met rhetorica en grammatica het trivium, een onderdeel van de zeven vrije kunsten. Wie deze zeven vrije kunsten of ‘artes’ onder de knie had, mocht zich “meester” of magister artium noemen. De huidige academische graad ‘master’ gaat hierop terug.

Dit schoolboekje verwijst dus naar Cassanders rol als leraar klassieke talen. Zelf werd Cassander magister artium aan de universiteit van Leuven, in 1532.  Hij studeerde er middenin humanistische kringen met vernieuwde belangstelling voor de oude talen. Vervolgens zocht hij werk als leraar. In 1541, hij was dan 28 jaar oud, kreeg hij de leerstoel oude talen (Latijn en Grieks) aangeboden aan de kersverse Stichting Cuba in Brugge, een droomjob. De Stichting Cuba was een stedelijke school in de stadshallen die zich in de eerste plaats richtte op de studie van de oude talen, in bonis litteris,  en zich spiegelde aan het meer prestigieuze Collegium Trilingue in Leuven. We mogen ervan uitgaan dat zijn Tabulae de neerslag is van zijn lessen in Brugge; hij schreef de tekst uit tijdens een verblijf in Rome en in Bologna.

Cassander hield het immers niet lang vol in Brugge. Na twee jaar liet hij zijn leeropdracht voor wat hij was, en trok in 1543 voor verdere studie naar Italië en Keulen. Deze laatste stad werd vanaf 1544 zijn nieuwe woonplaats. Daar liet hij het volgende jaar deze Tabulae, zijn handboekje over dialectica, drukken (Keulen: Jaspar von Gennep, 1545); er volgden in de 16de eeuw nog meer dan tien andere edities, een succes. Zo behoort ons exemplaar tot een Parijse editie van 1548, uitgebracht door Christianus Wechel. Wechel drukte de Tabulae eerst in 1545, en gaf deze tweede editie drie jaar later uit.  Deze editie uit 1548 is niet opgenomen in de Universal Short Title Catalogue. In elk geval beschikt ook de British Library over een exemplaar.

PegasusWechel, afkomstig uit Herentals in de Kempen, was een humanistische drukker. Hij flirtte met de nieuwe religieuze ideeën en koos  als uithangbord (en drukkersmerk) van zijn Parijse  werkplaats het gevleugelde paard Pegasus. Het boek werd volledig in italiek (cursief) gedrukt, de favoriete letter van humanistische boekenmensen. Wechel gaf ook Cassanders leerboek retorica uit (Parijs: Chr. Wechel, 1546).

Voorin het boekje staat een opdrachtbrief, Keulen, 8 december 1544 [pridie nonae Decembris] van Cassander aan zijn beste en heel bijzondere (“eximio viro”) vriend, Cornelis Wouters. Wouters was kanunnik van Sint-Donaas in Brugge en erg bemiddeld. Ze leerden elkaar wellicht kennen in Cassanders Brugse jaren en ze verbonden hun lot aan elkaar: Wouters als mecenas en secretaris, Cassander als geleerde en geestelijke leidsman. Wouters zou niet meer van Cassanders zijde wijken.

En Luther dan? Cassander volgde de opkomst en de doorbraak van de protestantse reformatie op de voet en betreurde heel erg de breuk van Luther en andere kerkhervormers met Rome. Hij stuurde als katholiek aan op verzoening en eenheid en stelde zijn hele leven in het teken van dit irenische streven. In Brugge werd hem dit niet in dank afgenomen en dit verklaart zijn onverwachte vertrek uit de stad, kort nadat hij zijn leerstoel had aangenomen. Internationaal werd zijn rol als bemiddelingstheoloog wel naar waarde geschat. Toen de Franse koningin-moeder in 1561 protestanten en katholieken samen aan tafel nodigde, vroeg zij Cassander om deze gesprekken te leiden. Maar eens te meer was zijn zwakke gezondheid spelbreker. Hij kon het huis niet uit, maar de tekst die hij voor dit colloquium van Poissy schreef bleef bewaard, in druk, recent ook in een nieuwe wetenschappelijke editie met Engelse vertaling. Ook vandaag nog blijft De officio pii viri , een leidraad voor de vrome christen, een inspirerende tekst. Het maakt onder meer deel uit van Cassanders Opera omnia die in 1616 werd uitgebracht (exemplaar: HF 213). Toen was Cassander (+ 1566) reeds lang overleden. Hij had zijn laatste rustplaats gevonden in de minderbroederskerk in Keulen. Zijn vriend en toeverlaat Cornelis Wouters zorgde er voor een passend grafschrift.

Deel deze pagina