July Van Malderen: projectmedewerker MMMONK

7
nov
2019

Begin september startte July Van Malderen als projectmedewerker voor het MMMONK-project. Ze zal het digitaliseren van de handschriften van de Openbare Bibliotheek Brugge en het Grootseminarie Brugge in goede banen leiden. In een kort interview vertelt ze meer over haar nieuwe job.  

Hoe ben je in dit project terecht gekomen?

Van opleiding ben ik Master Oosterse Talen en Culturen. Naast mijn interesse in talen en culturen heb ik een voorliefde voor oude voorwerpen, waaronder boeken. Iets langer dan een jaar geleden ben ik per toeval terecht gekomen in de wereld van het boekbinden. Sindsdien heb ik aan de hand van video’s, infoboeken en veel zelf proberen een heel aantal bindingen leren maken. Ik ben ook een cursus boekbinden aan het volgen. Boekbinden is op die korte tijd een echte passie geworden en iets waar ik heel veel plezier en voldoening uithaal. Bij de zoektocht naar werk wilde ik graag iets vinden dat nauw aansluit bij mijn interesses. Ik las de vacature voor projectmedewerker MMMONK met toenemende interesse en ben direct meer opzoekwerk beginnen doen over de collectie en het specifieke project. Ik was onmiddellijk verkocht en heb dan ook meteen gesolliciteerd. Midden juli ging ik op gesprek. Ik kwam buiten met een goed gevoel en veel zin om eraan te beginnen, mocht ik de baan krijgen.

Ondertussen ben je gestart als projectmedewerker voor MMMONK. Wat is jouw taak precies?

Ter voorbereiding van de digitalisatie is het in de eerste plaats mijn taak om een schaderegistratie van de manuscripten uit te voeren. Dit houdt in dat ik alle manuscripten beoordeel aan de hand van een checklist. Vervolgens moet ook een selectie gebeuren aan de hand van die schaderegistratie om te beslissen in welke volgorde de manuscripten gedigitaliseerd zullen worden. Zodra het feitelijke digitaliseren begint, zal ik de medewerkers die de digitalisering uitvoeren ondersteunen. In die fase van het project kan ik aan de hand van mijn eerdere waarnemingen de digitalisatie verder begeleiden.

Wat houdt de schaderegistratie van de manuscripten precies in?

Voor de schaderegistratie van de manuscripten hebben we ons gebaseerd op de Checklist voor het digitaliseren van manuscripten, een realisatie van de KU Leuven en de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met Metamorfoze. De checklist kan voor dit project opgedeeld worden in vier onderdelen: de metadata, de boekband/binding, het boekblok en de gegevens omtrent het digitaliseren. De metadata betreft de naam, de datum, de auteur, het aantal folio’s, enz. De boekband (binding) en het boekblok zijn twee onderdelen die elk uit een kolom bestaan waarbij een aantal mogelijkheden zijn om aan te geven in welke staat die zich bevinden. Voor het boekblok houdt dit in dat elke pagina bekeken wordt. Afhankelijk van deze resultaten wordt het laatste onderdeel ingevuld omtrent het digitaliseren van het manuscript. Een belangrijke factor daarbij is de openingsgraad van het manuscript. Aangezien de digitalisatie zal gebeuren met een Qidenus-scanner met een boekenwieg met openingsgraad van 100° vallen in deze eerste fase alle manuscripten met een kleinere openingsgraad dan 100° automatisch af. Uit een steekproef van 100 manuscripten komt dit momenteel neer op 1/5 die niet in deze eerste fase gedigitaliseerd kunnen worden. Voor deze manuscripten zal dan mogelijks een andere Qidenus-scanner met een boekenwieg met openingsgraad van 80° gebruikt worden.

Ben je al interessante zaken tegengekomen tijdens de schaderegistratie, en wat was dat dan?

Een van de eerste dingen die me opviel was dat ik regelmatig en in bijna elk manuscript hier en daar stukjes touw of perkament gebonden aan de buitenzijde of hoekjes van het perkament opmerkte. Ik had eerst niet door wat het nut was, maar het zijn waarschijnlijk een soort van bladwijzers om belangrijke folio’s aan te duiden en makkelijk terug te vinden. In sommige manuscripten zijn er tientallen te vinden, in andere geen enkele. Dat weerspiegelt voor een deel hoe belangrijk het handschrift was of hoe vaak het gebruikt werd.

Ik kom ook af en toe kanttekeningen tegen, meestal in potlood. Zo ben ik al een aantal draakjes tegengekomen, waaronder eentje in inkt, een engeltje, een vogel, enz.  en regelmatig ook gezichtjes getekend in de lussen van letters. Zowel de stukjes touw en perkament als de kleine tekeningen maken duidelijk dat mensen echt met deze manuscripten bezig zijn geweest. En de kleine tekeningen maken duidelijk dat ze af en toe hun concentratie verloren en hun fantasie hun gang lieten gaan.

Wat is voor jou hét topstuk dat je al bent tegengekomen?

Dat is een moeilijke vraag. Er komen direct een aantal manuscripten in gedachten maar het is moeilijk er een uit te kiezen. Hs. 35 uit de 15de eeuw heeft op ff. 1v en 2r, dus feitelijk bij het openslaan van de eerste pagina’s, enkele prachtige miniaturen met bladgoud. Ook doorheen de rest van het manuscript zijn mooie gedecoreerde intialen terug te vinden. Het boekblok zelf bevindt zich ook in zeer goede staat. Een ander manuscript is Hs. 8, een 13de-eeuwse liturgische kalender uit Gent. Het is een manuscript dat is ontbonden uit zijn originele binding en bestaat hierdoor uit losse katernen. Dat zorgt er natuurlijk voor dat de digitalisatie heel makkelijk zal verlopen maar het is jammer dat de originele binding niet meer bestaat. Hs. 8 staat vol met miniaturen omringd door bladgoud en initialen met bladgoud. De grote aanwezigheid van die miniaturen en bladgoud zorgen ervoor dat het manuscript aanvoelt als een luxeproduct.