Markante bomen: Haagbeuk - Binnen Boeverievest

Wetenschappelijk naam

Carpinus betulus

Nederlandse naam

Haagbeuk

Standplaats

Binnen Boeverievest

BoomID

2142

Algemene info

De haagbeuk is een inheemse, bladverliezende loofboom met een mooi ronde, gesloten kruin die tot 10 meter breed wordt. Dit oude exemplaar vertoond de typische, gegroefde stam.  

De bladeren zijn ovaal, geribd en dubbelgezaagd. Ze lopen lichtgroen uit en worden later donkergroen aan de bovenkant en geelachtig aan de onderzijde. De herfstverkleuring is geel. De verdorde bladeren blijven een deel van de winter aan de takken hangen.

De bloemen zijn onopvallende katjes die verschijnen voor het blad. Haagbeuken worden pas op 20-jarige leeftijd vruchtbaar, dan verschijnen de nootjes die een lekkernij zijn voor vogels. De vruchtjes zijn ​lichtgeel, hangen in trossen en zitten opgesloten in een drielobbig, gevleugeld schutblad.

Vermoedelijk plantjaar

1920

Omtrek

222 cm

Bijzonderheden

Deze boom behoort mogelijks tot de oorspronkelijke aanleg die gebeurde in 1882 naar het ontwerpplan van de Gentse landschapsarchitect Hubert Van Hulle. Zijn geringe omvang kan te wijten zijn aan de arme zandgrond.

 

Deze haagbeuk is de dikste van de Vesten.

Hoewel de naam anders laat vermoeden, zijn de beuk en haagbeuk geen familie van elkaar.

 

Het harde, fijnvezelige hout is zeer slijtvast en wordt daarom gebruikt voor houten tandwielen, hamers, kegels, bepaalde beweegbare piano-onderdelen en wielspaken.  Vandaar zijn alternatieve Nederlandse benaming wielboom.

Voor het ijzertijdperk werd het harde hout van de haagbeuk vaak gebruikt om er voorwerpen van te maken die een lange levensduur vereisten, b.v. slagersblokken. In streekdialecten wordt deze boom daarom ook 'steenbeuk' of 'ijzerbeuk' genoemd.

 

Car betekent in oud-Keltisch 'hout', en pin betekent 'hoofd' of 'kop', verwijzend naar het harde hout.