Markante bomen: Zilverlinde - Legeweg, Kapel van 1873

Wetenschappelijk naam

Tilia tomentosa

Nederlandse naam

Zilverlinde

Standplaats

Legeweg, Kapel van 1873

Kapel van 1873 gebouwd in opdracht van César de la Fontaine, toenmalig eigenaar van het kasteel Messem.

De kapel en de linden zijn beschermd bouwkundig onroerend erfgoed sinds 2009.

Algemene info

De zilverlinde is een plant uit de kaasjeskruidfamilie. De boom komt van nature voor vanaf het noorden van Hongarije tot en met het noorden van Turkije en het westen van Oekraïne.

De boom kan 25 m hoog worden en heeft een loodgrijze, gladde stam die pas op latere leeftijd ruw wordt.

De boom dankt zijn naam aan de zilverwitte haren aan de onderzijde van het blad.

De boom bloeit half juli met hangende tuilen met sterk geurende bloemen.

De boom stelt geen bijzondere bodemeisen, verdraagt redelijk veel wind, stof en rook en kan goed in verharding worden toegepast. De boom heeft weinig last van druipen. Verder is hij goed bestand tegen droogte en wordt hij weinig aangetast door ziektes.

Vermoedelijk plantjaar

Hoogstwaarschijnlijk zijn de linden geplant bij de bouw van de kapel in 1873.

Bijzonderheden

Deze linden werden aangeplant als kapelbomen of devotiebomen. Ze worden reeds van in de tijd van de Kelten en Germanen aanzien als heilige bomen die bescherming bieden tegen het kwade. Omwille van deze reden werden linden vaak aangeplant rond hoeves, kerken en kapellen.

Tijdens de Middeleeuwen kwam onder linden vaak de Vierschaar (toenmalige rechtbank) samen en werden er huwelijk bezegeld.